<<september 2010>>
Zo
Ma
Di
Wo
Do
Vr
Za
      1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19

20
21
22
23
24
25
26

27
28
29
30
   

Landelijke VKG dag 9-10-2010.

 

Technieken

 

Basisprincipe van wol vervilten “platvilt”

Bepaal de grootte van je te maken voorwerp,
In het voorbeeld gaan we uit van het eindresultaat , een lapje van 30X30 cm.
Je legt om dit te bereiken wol uit in de grootte van 45 X45 cm.
De wol moet minimaal 1/3 krimpen om een goede kwaliteit vilt te krijgen.
Hoe gelijkmatiger je de wol uitlegt des te mooier het eindresultaat!!

Je legt de wol uit op “bobbeltjes” plastic met de bobbeltjes naar boven, wat betekent dat de wol op de bobbeltjes ligt.
Leg onder het plastic een handdoek.

Zo maak (trek je) plukken wol.
In een hand neem je je losjes de lont wol, met de andere hand trek je gelijkmatige “”baardjes”

Leg de plukken wol in 3 laagjes: horizontaal – vertikaal- horizontaal en dakpansgewijs.

Maak de wol gelijkmatig nat, maar vooral niet te nat.
Het natmaken kan op verschillende manieren:
• Met de hand sprenkelen
• Met plantenspuit
• Met fles met “gaatjes”dop (zelf maken van oud flesje)
• Met een bezempje of afwasborstel

Dek de afgelegde wol af met horregaas fijne vitrage of “bobbeltjes”plastic (met de bobbeltjes naar beneden.
Druk met de vlakke handen de lucht uit de wol en maak heel voorzichtig wrijvende bewegingen over de wol( bij bobbeltjes plastic handen nat en zeep gebruiken).

Haal het horregaas, vitrage “bobbeltjesplastic” van de wol af:de wol is vaak al wat gaan vast zitten aan het gaas, dus let goed op en help de wol met behulp van je vingers om los te komen van het gaas!

Controleer of alle wol gelijkmatig vochtig is, zo niet … doet dit dan nu!!

Nu is ook het moment om te bepalen of je “strakke” of “rafelige” randen wilt.
Kies je voor rafelige randen dan hoef je niets te doen!!
Wil je strakke randen dan is nu het moment;
Je pakt voorzichtig met je vingers de uitstekende plukjes op en vouwt deze om en drukt ze met je vinger toppen aan

Nu rol je de wol in het plastic en gaat nog steeds voorzichtig te werk!
Je rolt de wol ongeveer 50 keer en maak je rol open en pak je “lapje voorzichtig op en leg het in tegengestelde richting en doe weer het zelfde als hierboven beschreven staat

pak het lapje “luchtig” in je handen en beweeg het van je ene hand in de andere alsof je een ei zonder schaal in je handen hebt en toch de eivorm wilt behouden.
Dit doe je ongeveer 25 keer.
Hierna ga je naar het aanrecht en laat de wol 1 keer flink schrikken onder heet water en knijp 1 keer lucht het overtollige sop eruit (niet wringen of te kracht knijpen).

Je gaat terug naar je werkplek en legt je lapje uit en gaat nu met zepige vlakke handen iets krachtiger over het lapje wrijven in horizontalen en verticale richting.

Laat het nog een keer schrikken en pak het lapje dan vast bij de hoeken in tegenovergestelde richting en ga het luchtig doch gelijktijd wat krachtiger naar elkaar toe bewegen.
Doe dit vanuit alle hoeken.

Nu pak je het lapje op en laat het vallen op je werkplek, in het begin zachtjes en dan steeds krachtige, ongeveer 25 keer, je eindigt met stevig gooien!!!

Dit herhaal je net zo vaak totdat je het gewenste resultaat hebt (minimaal moet het 1/3 kleiner zijn dan bij aanvang).

Spoel je werkstuk uit met handwarm water!
Om alle zeepresten goed te verwijderen kun je in aan het laatste spoelwater een scheut azijn toevoegen: azijn breekt de zeepmoleculen af!

Doe nu de viltproef om te testen of je wol ook echt vilt is geworden:
Zolang je een plukje wol kunt oppakken uit je lapje is het nog niet goed!

TOP

Balletjes

Neem een flinke pluk wol in je hand en draai er een soort wollen gehaktbal van, eerst zonder water. Zeep je handen flink in, flink nat. Verdeel door het balletje in je handen rond te draaien de zeep over de wol. Heel zachtjes, nog geen kracht gebruiken. Als je grote droge stukken overhoudt, kun je daar wat water op druppelen. De wol wordt langzamerhand een geheel, door het draaien in je handen. Als je merkt dat er overal water en zeep zit, kun je voorzichtig de druk van je handen opvoeren. Gewoon lekker doordraaien, totdat je merkt dat de wol gaat krimpen. Dan kun je de druk weer iets opvoeren en steviger gaan wrijven.
Zorg er wel voor dat de wol de vorm van een balletje houdt.

Hoe kleiner (gekrompen) de bal wordt, hoe steviger je kunt wrijven. Je kunt verschillende lagen toevoegen herhaal de basistechniek.

De bal is klaar als je hem groot en stevig genoeg vindt.

TOP

Vilten met ingelegd motief

Leg een lap in de gewenste grootte in 3 laagjes volgens basis techniek.
Deze half vervilten; dit betekent tot aan het moment dat je het gaas/ bolletjesplastic eraf haalt en een beetje de wol hebt “gewreven”.

Het lapje voorzichtig spoelen met handwarm water, let op tempratuur schommelingen dit is niet goed voor de wol!

Nog een lap ter grootte maken van de helft van de 1ste maken (andere kleur).
Weer voor de helft vilten zoals bovengenoemd en deze lap ook spoelen.

Je gewenste motief maken uit papier “patroontje”
Het patroontje leg je op de kleine ½ gevilte lap en knipt het voorzichtig uit.
Leg het naar eigen wens op de grote lap. Je vilt verder volgens basistechniek totdat het lapje vilt is (1/3 krimp)
Tot slot spoel je alles weer goed ui zonder te wringen.

TOP

Patroon inleggen uit “losse hand”

Leg twee laagjes beschreven in basistechniek.
Leg in andere kleur een motief op de reeds uitgelegde wol (behoorlijk dik)
Je bouwt het motief op uit losse plukjes.
Daarna vul je het motief in met BV weer een andere kleur en vul je het totale veld ook nog aan (indien nodig).
Het verder verloop is hetzelfde zoals eerder beschreven, echter wat langer het gaas/ bobbeltjesplastic erop laten.

TOP

Lasmethode of verbindingstechniek met behulp van mal

Maak eerst een ontwerp van het voorwerp wat je wilt maken( op papier).
Het moet altijd 1/3 groter zijn dan het eindresultaat (dit moet je er ook bij aantekenen).

Maak je papieren ontwerp uit karton (paar mm dik).

Leg de mal op het plastic en ga het dakpansgewijs beleggen met plukjes wol met een beetje overlap.
De “dwarrelige” uiteinde van de wol laat je een ½ cm. Over de mal steken.
Maak het geheel nat, leg er even een stukje gaas/bobbeltjesplastic op en druk het geheel aan.
Met je vlakke
hand keer je het geheel om zodat het karton weer zichtbaar is!

De uitstekende wol vouw je strak aansluitend om het karton en je belegt de nu nog open kant met als uitzondering dat je ongeveer 2 mm. Binnen de rand blijft.
Maak je werk nat en doe hetzelfde als hierboven beschreven.

Dan leg je de 2e laag in tegenovergesteld richting op dezelfde manier, evenzo de 3e laag!
Verder ga je te werk als voorgaande.

Wel aandacht houden voor de randen zodat de wol steeds “mooi “ aansluit anders ontstaan er vouwen.
Wanneer je enkele keren , eerst voorzichtig en dan krachtiger gerold hebt en je ziet en voelt dat de wol strak om de mal zit, dan is het moment om de wol te verwijderen.

Let op de bij de randen, doe dit door je hand in het voorwerp te plaatsen en over de zijkant van je hand of vingers licht het voorwerp te masseren!
Je gaat net zolang door in alle richtingen tot het beoogde resultaat en dat het minstens 1/3 is gekrompen.

Tijdens het vervilten kun je het ook binnenste buiten keren.

Steeds goed opletten dat beide kanten niet aan elkaar vast gaan zitten: dit doe je door steeds met je hand erin te gaan en alle vlakken te “controleren”.

TOP

Wol vervilten op stof = nuno-vilt

Je kunt wol vervilten op;
• Ciffonzijde dikte 3,5
• Ponge zijde dikte 0,5
• Dunne viscose
• Niet te vast geweven linnen / katoen etc

Leg de stof op het bobbeltjesplastic (bobbels naar boven)
Beleg de stof met 2 dunne laagjes wol dakpansgewijs en zoals eerder beschreven in de basistechniek.

Bevochtig de wol met zeepwater,
Druk de wol glad en vilt het geheel licht aan.

Dan het geheel inrollen (basistechniek) en ongeveer 100 keer rollen beide richtingen!

Daarna alles nog een keer goed nalopen op oneffenheden, en deze eventueel corrigeren.

Het werkstuk voorzichtig in beide handen nemen en zoals een ei zonder schaal heel voorzichtig van de ene hand op de andere brengen (zie basis techniek).

Laat je werkstuk onder een hete straal water of een keer snel in een emmer met heet water schrikken en knijpt het overtollige zeep eruit.

Leg je werkstuk weer glad uit op je werkplek en ga voorzichtig verder met het vervilten van je werkstuk! Werk met ingezeepte handen. Indien nodig herhaal je nog 1 of 2 keer het geheel zoals hierboven beschreven.

Wanneer de wol met de stof verbonden is dan is je werkstuk klaar. Uitspoelen zoals in basistechniek beschreven staat.

TOP